Menu:


Wist je dat...

... Hoe word ik een superheld? door de CPNB is uitgekozen als kerntitel voor de Kinderboeken-week van 2011?

En dat...

...ik ook scholen en bibliotheken bezoek? Ik vertel over mijn boeken, over schrijven en hoe zo'n stapel papier en fantasieën nou een boek wordt.

Ik geef ook schrijfworkshops! Die duren wel wat langer maar ze zijn dan ook extra leuk. Voor meer informatie en het regelen van een bezoek kun je contact opnemen met Schrijvers School Samenleving via 020-6234923 of via deze website.

Hoe het nou allemaal zo gekomen is

Ik (Gideon, geboren in Den Haag in 1985) groeide op als oudste zoon en jongste kind. Net als mijn twee zussen ging ik naar een montessoribasisschool en daar kreeg ik alle vrijheid om te schrijven.

Een schrift vol. Nóg een schrift vol. En ondertussen droeg een van mijn zussen me op wélke taal- en rekenwerkjes ik zeker niet mocht vergeten. Het werkte perfect. Ik deed niet meer dan nodig was en in de overige tijd schreef ik verhaaltjes en gedichtjes. Die las ik dan achterin de klas voor en ergens rond mijn elfde levensjaar wist ik heel zeker: ik word geen brandweerman of piloot, ik word profvoetballer! En mocht dat om de een of andere reden niet gaan lukken, dan moet ik maar schrijver worden.

Dat van dat profvoetballer was bloedserieus. Elke pauze op het schoolplein holde ik achter de bal aan, na schooltijd deed ik hetzelfde op het veldje om de hoek en ondertussen trainde ik en speelde ik mijn wedstrijden bij een voetbalclub. En wie wilde er nou niet profvoetballer worden? Dat was toch het mooiste beroep van de hele wereld? Waarom zou je niet datgene doen wat je het allerleukste vindt?

Na de montessorischool ging ik weer mijn zussen achterna richting het gymnasium. Dat was leuk, maar de tijd drong. De meeste profvoetballers speelden op deze leeftijd allang bij een echte profclub, wist ik, dus het moest niet al te lang meer duren voordat Ajax of Feyenoord me benaderde. Dat gebeurde niet en naarmate de jaren verstreken, vergat ik mijn ambities. Logisch ook, want zoals dat wel meer gaat, verleg je met het ouder worden je interesses. Niet dat ik niet meer voetbalde – zeker niet – maar er waren opeens ook allerlei andere leuke dingen. Vrienden, boeken, meisjes, uitgaan, muziek maken. En schrijven! Als redacteur van de schoolkrant was er opeens een echt publiek voor mijn verhalen en er moeten rond die tijd zeker momenten zijn geweest dat ik serieus bedacht dat schrijven heel misschien wel leuker was dan voetballen. Of anders in ieder geval net zo leuk.

Alles ging goed en halverwege de vijfde klas, ik was toen zestien jaar, kwam opeens toch nog die profclub. Of ik bij hen wilde komen voetballen. En of ik er wel eens aan gedacht had om profvoetballer te worden. Ik twijfelde geen moment en in mijn gedachten was het meteen weer het mooiste beroep van de wereld. Misschien wist ik toen al dat ik mezelf voor de gek hield (en eigenlijk veel meer in schrijven zag) maar rond die leeftijd is het erg uitzonderlijk dat er een uitgeverij naar je toe komt die vraagt of je bij hen wil komen schrijven. En of je er wel eens aan gedacht hebt om schrijver te worden.

Na een jaar bij de nieuwe voetbalclub wist ik één ding heel zeker: dit wordt het niet. Het blijft een prachtige sport, maar er is meer op de wereld. En daarbij, ik ben niet goed genoeg. Gelukkig dacht de profclub er hetzelfde over en met mijn eindexamen op zak, was ik voetbalwerkloos. Klaar om met een nieuw leven te beginnen.

Ik ging naar Amsterdam, Nederlands studeren (net als mijn ouders) maar maakte de studie (net als mijn ouders) niet af. Ik verhuisde zeven keer en koos toen voor film- en televisiewetenschappen. Dat bleek ook geen geweldige keus en opeens kwam weer die oergedachte van jaren terug boven. Waarom zou je niet datgene doen wat je het allerleukste vindt?

En wat vond ik dan het allerleukste? Precies. Ik ging achter de computer zitten en begon te schrijven. Voor het eerst ontstond er geen kort verhaal, maar een personage dat nog lang niet uitgepraat was in een paar hoofdstukken. Ik schreef Niks zeggen!, dat werd beloond met een Vlag en Wimpel en in maart 2009 volgde Ziek, dat werd bekroond met de Zilveren Griffel.  Daarna pikte ik mijn studie weer op, rondde die af en in september 2010 verscheen Met je hoofd boven water.

In de zomer van 2011 zal mijn eerste non-fictieboek in de winkels liggen. Hoe word ik een superheld? - dat door de CPNB als Kerntitel voor de Kinderboekenweek is gekozen - ligt vanaf begin augustus in de winkel.